Nederland
- Uruguay 0-2 (0-1) Amsterdam,
30 mei 1928 (Olympische Spelen)
In gloednieuwe oranjeshirts speelden wij tegen Uruguay op
30 mei 1928 en verloren met 2-0. Grote gebeurtenissen
werpen hun schaduw vooruit. De schaduw van Nederland - Uruguay kon men ruim driemaal
vier en twintig uur voor het aanvangsuur constateren toen de queue van plaatskaartliefhebbers
zich in de Vijzelstraat formeerde. In de queue staan deed een Nederlander in die
jaren nooit, we hebben het pas in de bezettingsjaren geleerd, maar toen posteerde
zich op Zondagmorgen 10 uur de eerste liefhebber voor de deur, waar Maandagmorgen
tien uur de voorverkoop zou beginnen in het gebouw van de Nederlandse Handelmaatschappij.
Bij dien eersten amateur voegden zich even later de eerste profs, n.l. de Sandwich-men
van een reclamebureau, dat aan zijn employé's een vier en twintigurige
arbeidsdag had bezorgd voor 0,75 per uur ('s nachts dubbel tarief) al dan
niet in strijd met de Arbeidswet. Om twaalf uur had de queue van lijders
aan de Uruguaanse koorts reeds een behoorlijke lengte, tegen zes uur stonden en
zaten er honderden in de Vijzelstraat, de queue groeide aan tot iets verbijsterends.
De honderden werden duizenden, tegen middernacht waren het er 30.000 en er waren
slechts 9000 entréekaarten te verdelen, omdat de rest der kaarten voor
de houders van voetbal-abonnementen gereserveerd was. Vandaar, dat er mensen waren,
die na 16 uur wachten geen kaart kregen: uitverkocht! Een Amsterdammer weet, wat
negotie is. Logisch, dat reeds 's middags de eerste ondernemende kooplui
opdoken om met Kwatta en Sickesz een goed zaakje te maken, gevolgd door marketensters
met bier en kogelflesjes. Er kwamen karren, bananen, sinaasappelen en pinda's,
men verkocht speelkaarten tegen een gulden per spel en lege sinaasappelkisten
als echte houten canapé's tegen dezelfde prijs, straatmuzikanten
luisterden het geheel op met harmonica's, fluiten en violen. Tegen de avond kwamen
de broodjes half om, haringen, ijsco's en een schier onuitputtelijke
koffiepot van gigantische afmetingen om de rij wachtenden te voederen en te laven.
Langs die file wachtenden trok de gehele avond een onafzienbare menigte nieuwsgierigen
die kwam kijken, zoals men naar de apen in Artis placht te kijken. Er waren Engelse
touristen bij, die overdag de Nachtwacht van Rembrandt bekeken en nu door de Vijzelstraat
trokken om de nachtwacht van Uruguay te aanschouwen. De wedstrijd, waarvan
men zulke hoge verwachtingen had gehad, werd een teleurstelling. Nederland werd
kansloos geslagen door een doelpunt voor de rust en een doelpunt na rust, waarbij
ons achter-trio v.d. Meulen-Denis-Van Kol volkomen zijn reputatie handhaafde,
doch de rest lang niet opgewassen bleek tegen de Zuid-Amerikanen, die voor rust
het spel beheersten en het na rust met een veilige voorsprong rustiger aan konden
doen om tenslotte met 2-0 te winnen. Het was zeker niet the battle of the
century geworden, zoals men gehoopt had. uit:
Voetbalprestaties in Oranjeshirt J. Adriani Engels (uitg. J.J.
Kuurstra) Amsterdam, 1946 antiquarisch <afbeelding uit het boek>
| | |

<Legendarische voetbalwedstrijden>
|