| Ajax
- Panathinaikos 2-0 Wembley, 2 juni 1971
"Maar wat was Ajax nerveus en onzeker begonnen. Heinz
Stuy liet in de 8e minuut een hoge bal los, zoals hij de gehele competitie nog
niet had gedaan. Gelukkig gleed Kamaras in de verkeerde richting door ... Dát
onzekere moment was misschien wel veroorzaakt door... Piet Keizer (niet helemaal
fit, verre van dat zelfs!) en Dick van Dijk! Samen had dit tweetal immers al in
de 5e minuut Ajax de leiding gegeven. Voorzet van Piet Keizer, kopstoot van Dick
van Dijk (niet een gráge kopper omdat hij nog steeds niet overtuigd is
van zijn prestatievermogen met het hoofd...) en Ikonomopoulos was kansloos verslagen.
Die verschrikkelijk snelle voorsprong had een enorm tumult op de tribunes tot
gevolg. Zingen ("Ajax wint de wereldcup"), skanderen (Pietje Keizer
- Pietje Keizer) en zwaaien met roodwitte vlaggen en spandoeken. Maar in het veld
realiseerden elf Amsterdamse voetballers zich dat er nog 85 verschrikkelijke lange
minuten waren om de wedstrijd vol te maken. Het was eerst alsof Ajax even schrok
van die voltreffer-van-klasse en zich toen ging vastbijten. De defensie werd even
onzekerder, de Grieken stormden natuurlijk naar voren en Ajax had de grootste
moeite zichzelf terug te vinden. Maar toen vlogen de aanvallen weer in de richting
van het Griekse doel, waar Ikonomopoulos als een akrobaat door de lucht vliegend
allerlei schoten van Cruyff, Neeskens, Swart enzovoorts onschadelijk maakte. Ajax
speelde vooral in het laatste kwartier van de eerste helft "ouderwets":
snel, beweeglijk en aanvallend. Maar omdat de afwerking uitbleef, omdat geen tweede
doelpunt de voorsprong "veiliger"maakte, daarom bleef de uiteindelijke
beslissing te lang in het ongewisse."
"Een
wijziging in het taktische concept deed ook al het spelbeeld in de tweede helft
veranderen. Vasovic, de Joegoslavische aanvoerder die zo verschrikkelijk graag
zijn loopbaan met een gewonnen Europa Cup-finale wilde afsluiten, ging nu vóór
de achterste vier als "vrije man" spelen in plaats van daarachter. Er
werd nu nerveuzer verdedigd, even zelfs weer verkrampt en onzeker en toen ineens
groeide daar Barry Hulshoff uit tot de man die de wedstrijd voor Ajax won. De
taktische verandering was géén Michels-gok, maar een volkomen vertrouwen
in Barry Hulshoff. Deze verloor geen enkel kopduel met Antoniadis meer en bovendien
stond er nu een Heinz Stuy met volle overtuiging in zijn doel. Neeskens' spel
groeide, Suurbier bleef uitblinken tegenover Grammos, en Blankenburg had zelfs
náást het schaduwen van Domazos nog tijd voor af en toe een snelle
assistentie in aanvallende richting. Maar Ajax liet zijn aanhang wél in
angst zitten op de tribunes, want doordat er nu sterker op de verdediging werd
gespeeld, het middenveld bovendien trager werd overbrugd en Johan Cruyff na zijn
briljante solo-partijen géén "tweelingbroer" Piet Keizer
vond, omdat die combinatie door de Keizer-blessure niet kon vlotten, daardoor
smeet Puskas nu al zijn tien veldspelers, overigens met weinig taktisch overleg,
in het veld, in een pure "alles-of-niets-aanval" De Ajax-achterhoede
kreeg het verschrikkelijk zwaar, maar speelde nu zo overtuigend dat Stuy zelfs
niet eens zo erg veel te doen kreeg."
uit:
Europa Cup 70-71
van
Hans Molenaar (uitg.
De Boekerij, Baarn) isbn: 9022502481 gebonden; 240 pagina's alleen
antiquarisch te verkrijgen
|