Bekentenis van de schrijver

“Net als alle andere Uruguayanen wilde ik voetballer worden. Ik speelde heel goed, ik was voortreffelijk, maar alleen 's nachts, terwijl ik sliep: overdag was ik de slechtste houten poot die er op de veldjes in mijn land had rondgelopen.

Als supporter liet mijn gedrag ook veel te wensen over. Juan Alberto Schiaffino en Julio César Abbadie speelden bij Peñarol, de vijandelijke club. Als goede supporter van Nacional deed ik al het mogelijke om ze te haten. Maar met zijn magistrale passes organiseerde el Pepe Schiaffino het spel van zijn ploeg alsof hij van boven op de toren van het stadion op het veld neerkeek, en el Pardo Abbadie liet de bal langs de witte zijlijn glijden en rende met zevenmijlslaarzen links en rechts langs zijn tegenstanders zonder ze aan te raken en zonder de bal te beroeren: er zat voor mij niets anders op dan ze te bewonderen en soms zelfs voor ze te applaudiseren.

De jaren zijn voorbijgegaan en uiteindelijk heb ik mijn ware identiteit aanvaard: ik ben niet meer dan een bedelaar om goed voetbal. Met de hoed in de hand ga ik door de wereld en in de stadions smeek ik:
‘Een mooie actie, alsjeblieft.’
En wanneer ik goed voetbal zie, ben ik dankbaar voor het wonder, zonder dat het mij een biet kan schelen welke club of welk land het mij schenkt.


Eduardo Galeano



>>>>naar Catalogus Literair>>>>