| Reis
naar het einde van het strafschopgebied
Boek werd door Michaël Zeeman in de boekenbijlage
van De Volkskrant met de grond gelijkmaakt. Wat een nonsens, geschifte en
op gezette tijden gevaarlijke nonsens bovendien. Sportliteratuur is
de devotieliteratuur van onze tijd. begint Zeeman zijn recensie. Voetbalboeken
bespreken dat doen wij wel, dachten we toen we deze wel heel merkwaardige bespreking
lazen. Graag hadden we het boek positief besproken, maar eerlijk gezegd konden
we er geen touw aan vastknopen, aan het proza van Péter Esterházy,
broer van Hongaars international Márton. Gevaarlijk
is het zeker niet, wel totaal onbegrijpelijk. We zijn gevorderd tot bladzijde
86. Verder lukt voorlopig niet. We geven een citaat.
Bij pensstoofschotel schieten me zo een heleboel dingen te binnen, vooral
vrouwen, mannen, want meestal moet ik aan vrouwen, mannen denken (en aan mijn
paraplu), maar het allermeest haal ik me die Seizoenafsluitingsdiners weer voor
de geest, in kleur, op een breed scherm. Het Seizoenafsluitingsdiner is een van
de hoekstenen van teambuilding. In zijn algemeenheid is het waar: het Seizoenafsluitingsdiner:
dát is prima. Het seizoen... tja, we weten het wel... in het gunstigste
geval: zo, zo. Vroeger! Toen! Ja, toen waren er seizoenen... maar ja, van herinneringen
kun je niet bestaan, het is voldoende om ze wat mooier te maken. Maar het Seizoenafsluitingsdiner
is prima. Ik ben er in ieder geval gek op, omdat ik er lekker kan smullen van
de pensstoofschotel - aantoonbaar wel drie à vier borden - en dat herstelt
tijdelijk mijn in de loop van de seizoenen op algemene en door eigen toedoen ook
in professionele zin aangetaste reputatie. Toch ben je wel een geschikte
peer,, zeggen de jongens met respect, want ik neem er ook nog hete pepers
bij (bij de pens). Seizoenafsluitingsdiners kennen, zoals misschien elk
samenzijn, een moment waarop de avond vleugels krijgt. Dat gebeurt niet vaak,
meestal laten we dat punt afgestompt en ongeduldig voorbijschieten en gaan we
daarna, de een wat minder, de ander wat meer, aangeschoten uiteen, naar de taxi
of naar de hoek, een of twee groepjes blijven nog even bij elkaar, bijvoorbeeld
de middenvelders! maar plotseling is iedereen heel erg alleen; en dat wordt nog
versterkt als we iemand naast ons hebben. Maar soms gaat het niet zo.
En dan krijgt samen met de avond een duizelig gevoel van geluk en ongeluk vleugels,
het zaaltje in het kleine restaurant (laten we er niet omheen draaien: kroeg)
versmelt met de aanwezige burgers, op de een of andere manier komen er ook vrouwen
bij, maar slechts stiekem op de achtergrond, of voor de volgende dag, want, tja,
dit is een serieuze mannenaangelegenheid, alles lijkt simpel; zoveel is
er niet te bepraten, maar ach, we komen in aanraking met de mensen met wie we
jaren hebben doorgebracht op het voetbalveld, en nu opeens, denken we, herkennen
wij hen, en zij ons ook, dus jij bent het. Ongetwijfeld zijn we op
die momenten emotioneel, en een buitenstaander, want die heb je dan altijd, kan
op de tribune om ons lachen. Maar eigen schuld... zo iemand heeft vooral met zichzelf
te doen. Zo kabbelt het bladzijden lang voort; op zich interessante
bespiegelingen en anecdotes, maar voorzover wij kunnen ontdekken gaan ze nergens
heen. Misschien verderop in het boek, naar het Hongaarse wonderteam uit de jaren
vijftig en Esterhazy, die met zijn hele hebben en houden probeert de negentig
minuten van de WK-finale van 1954 uit het geheugen van de wereldgeschiedenis te
wissen. Boek verdient wellicht een tweede kans. We zullen het later nog eens
proberen.
Péter Esterházy (uitg.
Het Sporthuis) isbn: 9789029564281 prijs: € 18,95 paperback;
172 pagina's
verschenen juni 2007
niet meer leverbaar
|