| uit:
Net zo
links als Willem van Hanegem
het voetballeven van C. Buddingh' Wim Huijser
Daar ga je, Deibel!
Zaterdagmiddags, als de welpen en pupillen speelden op de vier kleine veldjes
achter de hoofdtribune, kon je, als je aan kwam lopen, van tevoren al zien op
welk veld Jopie bezig was omdat daar steevast de meeste mensen langs het lijntje
stonden. Het gebeurde zelfs dat vaders hun eigen zoontjes maar lieten aannotteren
om even naar Jopie te gaan kijken - en dat zegt wel iets. En het was inderdaad
een genot om hem in de weer te zien. Welpenwedstrijdjes zijn natuurlijk altijd
wel aardig, maar echt iets te beleven valt er vanzelfsprekend slechts zelden.
Alles klit en kleeft aan elkaar rond de plek waar de bal zich bevindt en als die
een eind weg wordt getrapt, rent en stuift de hele meute er weer achteraan. Alleen
Jopie zag je nooit hollen. Integendeel. Hij liep nooit op een bal toe, maar juist
altijd er vanaf. Als de twee elftalletjes, op de keepers na, die wel in hun doel
moesten blijven, ergens langs de zijlijn door elkaar warrelden, schreeuwend en
onbeholpen met armen en benen maaiend, stond Jopie rustig een meter of tien van
hen vandaan, alsof hij met het hele spel niets te maken had, maar even iets tegen
een broertje of vrindje kwam zeggen en een geschikt ogenblikje daarvoor afwachtte.
Tot de bal zijn richting werd uitgeschopt. Dan had hij hem in een mum te pakken
en sprintte meteen op het vrijwel onbeschermde doel af. En hij speelde de bal
dan niet meteen voor zich uit, zodat hij hem toch weer kwijtraakte, nee, hij dribbelde
er echt mee, zodat hij acht van de tien keer netjes alleen voor de keeper verscheen
en de rest was Jopie dan
ook wel toevertrouwd. Het gekke was, dat hij bij elke goal die hij maakte
altijd even onbewogen bleef. Als zijn elftalgenoten een gat in de lucht sprongen
omdat Jopie er zes of zeven-nul van had gemaakt, kuierde Jopie zelf heel rustig,
haast verveeld, naar het midden terug en weerde alle betuigingen van geestdrift
bijna wrevelig af. Ook later heeft hij dat altijd gehouden, ik geloof niet dat
ik hem ook maar één keer echt enthousiast heb gezien. Ik herinner
me een bekerwedstrijd tegen Ajax. We waren beslist de minderen, al hadden we een
paar dotten laten liggen, maar tot kort voor het eind hadden we het zowaar 1-1
weten te houden. Toen kreeg Jopie ergens op het middenveld de bal, slobberde drie,
vier Ajaxieden en knalde toen van zo'n meter of vijfentwintig precies onder de
lat. Het was een compleet gekkenhuis en Freek Sandman, die mee naar voren was
gestormd, wilde Jopie om z'n hals vallen. Jopie stak z'n knie vooruit, zodat Freek
hem precies in zijn kruis kreeg en zei alleen, met die zachte, lijzige stem van
hem: Als jij werkelijk kon voetballen, hadden we allang met 3-1 voorgestaan.
Freek had hem wel kunnen verscheuren en als ik Freek was geweest had ik hem geloof
ik ook verscheurd. Maar Jopie had gelijk: het was Freek geweest die twee keer
voor open doel de zaak verprutst had. Zoals ik al zei was het in het
begin allemaal koek en ei met Jopie. Na elke wedstrijd kon hij van alle aanwezige
vaders van medespelers net zoveel patat eten en coal drinken als hij maar wilde
en daar maakte hij dankbaar en ogenschijnlijk beleefd gebruik van. Zijn eigen
vader had hij een paar jaar eerder bij een auto-ongeluk verloren, maar zijn moeder
was elke zatermiddag van de partij: een lange, schrale vrouw, die zich weinig
met de andere ouders bemoeide, haar eigen klapstoeltje meebracht en altijd precies
halverwege de helft waarop Jopie's elftal aanviel achter de verroeste ijzeren
draad zat, haar piekige haar slordig in de wind, haar handen om een tussen haar
stakige benen in de grond gedrukte paraplu geslagen. Af en toe trok ze hem even
uit de korrelige klei om Jopie er een korte, gebiedende aanwijzing mee te geven,
voral later, toen hij bij de pupillen was gekomen. Iets meer naar rechts.
Vrijlopen naar het midden. Maar meestal was dat niet nodig, daarvoor had
Jopie er zelf veel te goed oog op. Dat hij niet helemaal het cherubijntje
was waarvoor de meesten hem hielden, bleek voor het eerst toen hij misschien een
goed jaar bij ons speelde ...
(uitg. Aspekt)
isbn 9059114833 prijs: € 19,95 paperback; 184 pagina's verschenen
juni 2006
|