| De
141 beste Nederlandse en Vlaamse Sportverhalen van 1945 tot nu
Ik heb nog nooit gehoord van een hert of konijn
dat turnde of volleybal speelde. Gerard
Reve vond sport onnatuurlijk en van hem zal men in deze omvangrijke bundel geen
bijdrage aantreffen. Hij schreef niet over sport. Samensteller Arthur van den
Boogaard, over wie het verhaal de ronde doet dat hij de verdediging van zijn scriptie
tot doctorandus
in de filosofie afsloot met de woorden: eigenlijk gaat het allemaal over
voetbal, legt in een grondige inleiding uit wat hij onder een sportverhaal
verstaat en welke criteria hij hanteerde bij het samenstellen van het boek. Een
goed sportverhaal is een goed sportverhaal. Daar komt het op neer. Ook geeft hij
een korte geschiedenis van de sportjournalistiek in Nederland, waarbij hij concludeert
dat de invloed van Nico Scheepmaker op het schrijven over sport in Nederland niet
kán en mág worden onderschat. [Punt van discussie namens de
ENVB: kent het schrijven over sport in Nederland begin 21e eeuw juist een opleving
omdat auteurs niet meer gehinderd worden door het alom geroemde voorbeeld van
Scheepmaker? ] De ENVB richt zich op de voetbalverhalen (61 van de 141).
Een greep: - Het debuut van Han Hollander; -
Een column van Rinus Michels, getiteld Knijpen, spugen, trappen, bijten;
- Maarten de Vos over de Kromme; -
Het WK-dagboek van Jan Jongbloed; - Ben
de Graaf waarom we de finale verloren (gebrek aan zelfdiscipline); - Tom Egbers
over Ronnie Kalderon, de Israelische aankoop van het grote Ajax die op het criminele
pad belandt; - Enkele dagen uit Het mooiste leven van Kees 't
Hart; - Frans Oosterwijk over Marco van Basten op het WK van 1990; - Hugo
Borst met een hoofdstuk uit de Coolsingel bleef leeg; - Wim Vos over Nizar
Trabelsi, profvoetballer die terrorist werd; - Marcel van Roosmalen op bezoek
bij Frank en Ronald de Boer in Qatar. En nog veel, heel veel meer.
Hetzelfde gevoel als wanneer je oude Johans doorbladert. Oude Johans
zijn trouwens leuker. In de eerste plaats omdat ze alleen over voetbal gaan. In
de tweede plaats omdat er bij de verhalen ook nog plaatjes staan. Vrouwen
en schaken van J.H. Donner is een niet-voetbalhoogtepunt. Sommige
verhalen herinnerden wij ons nog; andere waren geheel nieuw. Eigenlijk is het
onmogelijk om over een periode van ruim zestig jaar een selectie te maken van
de beste sportverhalen. Het zal ook wel de uitgever zijn geweest die het woord
beste in de titel wilde hebben. Een andere samensteller zou een andere
bundel hebben samengesteld. Er kan lang of kort over gediscussieerd worden wat
er wel en niet in had gemoeten - en het is voordehandliggend dat je kritiek krijgt
als je een verhaal van jezelf opneemt -, deze bundel is zeer de moeite waard,
al zou de titel evengoed hebben kunnen luiden: sportverhalen, de meeste erg goed,
tamelijk willekeurig bijeen geraapt. samengesteld
door Arthur van den Boogaard (uitg. Carrera) isbn: 9789048800292 prijs:
€ 34,95 gebonden 1184 pagina's verschenen december 2007
levertijd
3-4 werkdagen; verzendkosten: € 1,95 Nederlandstalig
|