| Behind
the Curtain
Travels in Eastern Europe Football door Jonathan
Wilson
Hoe het precies gekomen is, weten we niet meer, maar de
E.N.V.B. heeft iets
met voetbal in Oost-Europa. Opgegroeid in tijden van communistische dreiging,
zagen wij de Nederlandse Europacup-deelnemers op woensdagen reeds in de middaguren
hun uitwedstrijden spelen tegen de staatsamateurs uit socialistische heilstaten,
omdat er, zo leek het althans, in het gehele Oostblok geen stadion te vinden was
met een fatsoenlijke lichtmast. Het speelveld werd omzoomd door zwaarbewapende
militairen met ernstige gezichten. De grasmat was een modderpoel of een door militaire
voertuigen geëgaliseerde ijsvlakte . De beelden op onze kleurentelevisie
bleven nog jaren lang zwartwit. De tribunes zaten volgepakt, soms wel met 100.000
mensen of meer, die geen van allen naar de returnwedstrijd in het vrije westen
mochten reizen. Een boek met als ondertitel Travels
in Eastern European Football heeft derhalve onze onverdeelde aandacht.
Jonathan Wilson stelt ons niet teleur. Waar zijn vriendjes zweerden bij Real Madrid
of AC Milan, was Wilson's favoriete team het Rode Ster uit Belgrado, dat in 1991
de EuropaCup won. Hij wordt lyrisch als hij over een doelpunt in de halve finale
tegen Bayern München schrijft, en verontschuldigt zijn favoriete team, met
helden als Prosinecki, Savicevic en Pancev, voor de finale tegen Marseille, waarin
ze vergaten te schitteren. Nog geen jaar na deze finale brak in Joegoslavië
de oorlog uit. Wilson reisde na de val van het IJzeren Gordijn door de
landen van Oost-Europa en beschrijft hoe het voetbal na het communisme is overgenomen
door mannen met geld of door de georganiseerde misdaad (soms zijn dat dezelfde
personen), of wegkwijnt, zonder geld en publieke belangstelling. Zijn reizen brachten
hem in de Oekraïne, Polen, Hongarije, voormalig Joegoslavië, Bulgarije,
Roemenië, Rusland (de DDR ontbreekt jammer genoeg), en verder oostwaarts
naar de Kaukassus.
Wilson bewandelt op prettige wijze allerlei zijpaden. Ruim
aandacht is er bijvoorbeeld voor de moeizame verhouding tussen coach Katanec van
Slovenië en zijn sterspeler Zahovic. Wilson geeft geen algemene beschouwing
over voetbal in het voormalige oostblok, hij interviewt, zo wekt hij de indruk,
wie op zijn weg komt en blikt terug op heldendaden uit het verleden: van de Aranycsapat
bijvoorbeeld, het legendarische Hongaarse team uit de jaren vijftig. Hij ontmoet
de voormalige Poolse doelman Jan Tomaszewski, die zo wat in zijn eentje Engeland
de weg belemmerde naar het WK van 1974 en haalt herinneringen op aan Dynamo Kiev
dat onder coach Loebanovski zo bijzonder voetbalde, en de EuropaCup winst van
Steau Boekarest, een prestatie die zij, zo beseft Wilson, in het post-Bosman-tijdperk
niet zullen herhalen.
De meeste aandacht gaat uit naar de tijd na het communisme. Naar de nieuwe
rijken bijvoorbeeld die in Rusland en de Oekraïne het voetbal met hun miljarden
injecteren. Over het algemeen echter is Behind the Curtain
een verhaal van neergang en verval. De val van het communisme heeft het voetbal
in de meeste landen geen goed gedaan. Tekenend is de afbeelding van het vervallen
Armazi-stadion van de huidige kampioen
van Georgië, Georgia Tbilisi. Vergeleken daarbij is de Wageningse Berg een
top-accomodatie. Behind
the Curtain krijgt een motto mee uit George Orwell's
Animal Farm: The creatures outside
looked from pig to man, and from man to pig, and from pig to man again; but already
it was impossible to say which was which. Het boek
wordt op de achterflap aanbevolen door Simon Kuper, van Football
against the Enemy. Wie dat boek met genoegen heeft gelezen, zal veel plezier
beleven aan Behind the Curtain.
Tevens aanbevolen aan Oost-Europa-vorsers en liefhebbers van het minder alledaagse
reisboek.
(Orion Publ.) isbn: 0752869078
prijs: € 29,95 gebonden; 352 pagina's verschenen februari 2006
paperback
verschenen november 2006 isbn paperback: 0752879456 €:
12,95
levertijd
5-7 werkdagen
Engelstalig
|